Gouden handdruk en banksparen

Gouden handdruk

 

Tot 2010 kon men met een gouden handdruk kiezen tussen de eigen BV en een verzekeraar. Inmiddels kan men via een stamrechtspaarrekening ook opteren voor een bank. Het kan per geval verschillen wat de beste keuze is: de stamrechtverzekering of de stamrechtspaarrekening.



Stamrechtspaarrekening vervolg op banksparen

De overheid heeft besloten om producten die in het verleden uitsluitend aan verzekeraars waren voorbehouden, ook beschikbaar te maken voor banken. Zo werd op 1 januari 2008 het banksparen geïntroduceerd. De gedachte erachter was dat meer aanbieders zou leiden tot meer concurrentie en dus tot meer transparantie. Eerst werden van de lijfrenteverzekering en de kapitaalverzekering eigen woning gelijksoortige bankspaar-varianten ontwikkeld: de lijfrentespaarrekening en spaarrekening eigen woning. In januari 2010 volgde de tweede fase: invoering van de stamrechtspaarrekening, de bancaire tegenhanger van de stamrechtverzekering.

 

De overheid ziet erop toe dat de fiscale behandeling voor bankspaarproducten zoveel mogelijk gelijk is aan die voor verzekeringsproducten. Maar een bank is geen verzekeraar en een verzekeraar is geen bank. Tussen de producten van verzekeraars en banken blijven altijd kenmerkende verschillen bestaan.

Aankoop levenslange uitkering

Bij een verzekeraar kan men met een opgebouwd stamrechtkapitaal een levenslange uitkering aankopen. Bij de bank daarentegen is de uitkering in tijd gelimiteerd, afhankelijk van de grootte van de gouden handdruk en van de gewenste uitkeringen. Leeft de betrokkene langer dan voorzien, dan droogt de stamrechtspaarrekening op en stoppen de uitkeringen. Uiteraard kan men dat risico wel ondervangen door bijvoorbeeld een uitkering tot 100 jaar aan te kopen, maar de uitkeringen zijn dan natuurlijk wel navenant lager. En omdat niemand kan voorspellen hoe oud hij wordt, loopt een klant met banksparen dus een zeker risico.

 



Behandeling bij voortijdig overlijden


Overlijdt een ex-werknemer met stamrechtverzekering voordat de uitkeringen een aanvang hebben genomen, dan kan het kapitaal uitsluitend voor aankoop van een uitkering worden aangewend door de partner of de kinderen voorzover die nog geen 30 jaar zijn. Laat de overledene geen van de genoemde erfgenamen na, dan vervalt het kapitaal aan de verzekeraar. Dat gebeurt trouwens ook met het restantkapitaal als de ex-werknemer tijdens de uitkeringsfase overlijdt en er geen sprake is van overgang op een langstlevende partner.

 

De bank daarentegen keert het tegoed van de spaarrekening ten alle tijde geheel uit. Bij ontbreken van een partner of kinderen jonger dan 30 jaar, wordt uitgekeerd aan de erfgenamen. Op het eerste gezicht lijkt het voordelig dat er geen geld bij de bank resteert, maar dat ligt toch genuanceerder. Aangezien de bank weet dat de spaarrekening volledig tot uitkering zal komen, wordt de hoogte van de uitkeringen daarop aangepast.


Vergelijking banksparen en verzekeringsproducten

 
Dat de fiscale regels nu ook voor banken toepasbaar zijn, betekent nog niet dat de nieuwe bankspaarproducten nu gemakkelijk te vergelijken zijn met bestaande verzekeringsproducten. Een bank is nu eenmaal geen verzekeraar en een verzekeraar is geen bank. Consumenten moeten zich daarvan bewust zijn als zij een keuze maken.