WW-uitkering of bijstand

De financiële crisis noopt steeds meer bedrijven tot ontslagen. Werknemers die als gevolg daarvan hun baan verliezen, kunnen meestal aanspraak maken op een WW-uitkering. Maar hoe hoog is die eigenlijk en hoe lang kom je ervoor in aanmerking?
Wanneer ww-uitkering?
Voor een ww-uitkering kom je uitsluitend in aanmerking als je buiten eigen toedoen werkeloos raakt. Wie zelf zijn baan opzegt of wie bijvoorbeeld vanwege een ernstig vergrijp op staande voet wordt ontslagen, ontvangt dus geen ww-uitkering. Ook worden er eisen gesteld aan de duur van het dienstverband.
Om aanspraak te kunnen maken op een ww-uitkering moet men in de 36 weken (ca. negen maanden) voorafgaand aan het ontslag minimaal 26 weken (half jaar) gewerkt hebben. Wie niet aan deze eis voldoet, ontvangt niets. Wie wel aan deze voorwaarde voldoet, krijgt in ieder geval drie maanden een uitkering, maar soms ook langer. De eerste 2 maanden bedraagt die 75 procent van je zogenaamde dagloon, vanaf de derde maand is de uitkering 70 procent van het dagloon.
Vaststelling dagloon
Het dagloon is gelijk aan het zogenaamde SV-loon (zie salarisstrook) dat je gemiddeld per dag genoot in het jaar voorafgaand aan je ontslag. Uitkeringsinstantie UWV hanteert daarbij 261 werkdagen in een jaar.
Vakantiegelden en eventuele bonussen worden ook in de berekening meegenomen, reiskostenvergoeding, spaarloon en pensioenpremies daarentegen niet. Voor de berekening van de ww-uitkering geldt een maximum dagloon van € 183,15 , wat overeenkomt met een SV-loon van € 47.802,15 op jaarbasis. Waren je verdiensten hoger, dan ontvang je toch niet meer dan 75 of 70 % van het maximum dagloon van € 183,15.
Hoe lang duurt een WW-uitkering
Of een ww-uitkering al dan niet na drie maanden wordt gecontinueerd, is afhankelijk van de periode die je gewerkt hebt in de vijf jaar voordat je werkeloos werd. Een jaar wordt daarbij als 'gewerkt' aangemerkt als je minimaal 52 dagen betaalde arbeid hebt verricht. Je ww-uitkering in maanden is dan gelijk aan het aantal jaren dat je hebt gewerkt.
Arbeidsjaren tot 1998 afwijkende behandeling
Voor de arbeidsjaren tot 1998 geldt een fictiebepaling. Dat houdt in dat tot 1998 elk jaar vanaf je 18e als 'gewerkt' wordt aangemerkt, ook al was dat in jouw geval niet zo. Voor je fictieve arbeidsverleden is het ook niet van belang of je na 1998 enige tijd niet gewerkt hebt.
Enkele voorbeelden
Een jongeman van 32 met in het afgelopen jaar een sv-loon van € 3.000 per maand, krijgt ontslag nadat hij 3 jaar bij een bank heeft gewerkt. Daarvoor studeerde hij en werkte niet. Hij ontvangt gedurende twee maanden een ww-uitkering van € 2.250 bruto per maand en één maand een uitkering van € 2.100,=.
Een dame van 35 jaar die het voorbije jaar een gemiddeld sv-loon van 3.300 per maand genoot, wordt ontslagen nadat zij elf jaar als pr-functionaris heeft gewerkt. Zij heeft elf jaar werkervaring, maar daarnaast zes jaar fictief arbeidsverleden (op 1 januari 1998 was zij 24 jaar. Er zitten dus 6 jaar tussen haar achttiende en 1998). In totaal heeft zij dus recht op 17 maanden WW. De eerste twee maanden ontvangt deze dame € 2.475 bruto per maand, de volgende 17 maanden 2.310 bruto per maand.
De bijstand
Wie niet (meer) in aanmerking komt voor een werkloosheidsuitkering, is genoodzaakt om een beroep te doen op de bijstand. Maar voor een bijstandsuitkering kom je alleen in aanmerking als je geen eigen woning of te hoog vermogen hebt. Ook als je partner (te veel) inkomen heeft , kan een bijstandsuitkering worden geweigerd. Een bijstandsuitkering bedraagt 70% van het minimumloon voor alleenstaanden en 100% van het minimumloon voor gezinnen.
|