Parttime werk en pensioen

parttime werk en pensioen

 

Het maximumpensioen dat iemand kan opbouwen is 70 procent van zijn laatstverdiende of gemiddelde salaris maar een parttimer moet het met minder doen. Daardoor kan een pensioengat ontstaan.



 

Deeltijdwerk en pensioenopbouw

Met bijna drie miljoen parttimers is ons land koploper in deeltijdwerken. Vooral de zorg voor de kinderen is voor veel vrouwen reden om (tijdelijk) minder te gaan werken. Dertig procent van de moeders werkt minder na de geboorte van het eerste kind en tien procent stopt (tijdelijk) zelfs helemaal. Dat heeft niet alleen gevolgen voor het salaris maar ook voor de pensioenopbouw.


Gepensioneerden hebben tegenwoordig duurdere hobby's dan klaverjassen. Zo kunnen verre reizen vaak alleen worden bekostigd uit een aanvullend pensioen dat werknemers naast hun AOW via de werkgever hebben opgebouwd. Wie tijdens zijn werkzaam leven altijd voltijd heeft gewerkt, kan rekenen op een pensioeninkomen van circa 70% van het laatstverdiend of gemiddeld salaris. Wie minder werkt, ontvangt straks ook minder pensioen.

 

Pensioengat door parttimebaan

Door in deeltijd te werken kan er dus een pensioengat ontstaan. Niet altijd hoeft dat een onoverkomelijk probleem te zijn. Kon je samen met je partner van anderhalf salaris rondkomen, dan kan je dat in de regel ook wel van anderhalf pensioen.

 

Toch is het niet onverstandig om vooraf na te gaan wat de gevolgen voor je pensioen zijn als je parttime gaat werken. Erg complex is dat overigens niet. Wie maar voor de helft werkt, bouwt ook maar voor de helft pensioen op. De franchise die in veel pensioenregelingen wordt gehanteerd, speelt daarbij meestal geen rol. Die franchise namelijk, een drempelbedrag dat overschreden moet worden voordat überhaupt van pensioenopbouw sprake kan zijn, is gebaseerd op een fulltime salaris, ongeacht het aantal uren dat iemand maakt.

 



Goed partnerpensioen onmisbaar

Een terugval in inkomen is natuurlijk nooit prettig, maar parttimers realiseren zich vaak onvoldoende dat men zich ook in de toekomst afhankelijk maakt van het inkomen van de partner. Dus niet alleen voor de korte termijn, maar ook wat betreft het pensioeninkomen. Een goed partner- of nabestaandenpensioen is dan ook onmisbaar. Komt de partner voortijdig te overlijden en is er geen nabestaandenpensioen, dan resteert er voor de partner nog slechts een karig pensioen zo waarschuwen pensioenadviseurs. Neem daarom bijtijds maatregelen om straks financieel onafhankelijk te zijn.



In de regel maakt het partnerpensioen standaard deel uit van een pensioenregeling en is men er geen extra premie voor verschuldigd. Maar het is goed om dat expliciet na te vragen bij het pensioenfonds van de partner die voltijd blijft werken. Ga ook na of het partnerpensioen wel hoog genoeg is. Bij sommige verzekeraars kan men zich bijverzekeren.

 

Lijfrente en banksparen

Is het partnerpensioen onvoldoende en kan men zich niet bijverzekeren, dan zal men op andere wijze een extra spaarpotje moeten aanleggen. Deeltijdwerkers die na hun werkzaam leven over extra middelen willen beschikken, bijvoorbeeld voor het maken van verre reizen, kunnen een dreigend pensioengat op verschillende manieren aanvullen. Je kan zelf gaan sparen of beleggen of gebruik maken van fiscaal gunstige regelingen zoals lijfrenten en banksparen. Daarbij zijn de premies of inleg aftrekbaar voor de inkomstenbelasting. De uitkering te zijner tijd is weliswaar belast, maar dan wel tegen een lager tarief.