|

De Mont Ventoux spreekt tot de verbeelding van veel wielerfanaten. Steile hellingen met stukken tot 12% en een constante stijging oefenen een grote aantrekkingskracht uit op cyclotoeristen. Voor de meeste coureurs is de beklimming van de Ventoux synoniem voor zwoegen en afzien. De Mont Ventoux heeft drie kanten. De lastigste klim start in Bédoin.
Mont Ventoux en de Tour
Als wielermonument heeft de Mont Ventoux veel te danken aan de Ronde van Frankrijk. Ontelbare keren was de beklimming - vaak met aankomst op de top - in het parcours van de Tour opgenomen. Steeds opnieuw is de Mont Ventoux het decor van heroïsche en sportieve strijd. Voor de meeste renners staat de beklimming van de Ventoux gelijk aan zwoegen, afzien, sterven en rijden op karakter.
Helaas beleefde de wielergeschiedenis er ook trieste dagen. Het meest tot de verbeelding spreekt de dood van Tom Simpson op 13 juli 1967. Op amper 1 kilometer van de top viel de Britse renner, Olympisch en wereldkampioen, van zijn fiets en stierf aan de gevolgen van uitputting, de loden hitte, bovenmenselijke inspanningen en (zo fluistert men) doping.
Maar daar staan evenveel heroïsche momenten daartegenover. Frankrijk koestert nog steeds de indrukwekkende overwinning van Jean-François Bernard op 14 juli 1987 (de Franse nationale feestdag!) in de klimtijdrit Carpentras-Mont Ventoux. Na een fietswissel beklom hij de berg in een recordtempo: amper 19 minuten voor 36 kilometer, waarbij hij de concurrenten ver achter zich liet. Eens over de streep mocht hij de gele trui aantrekken. Van recentere datum is het heroïsche duel tussen Lance Armstrong en Marco Pantani.
De beklimming van de Ventoux is opgenomen in tal van andere grote nationale en regionale wielerwedstrijden: de Dauphiné Libéré, de Ronde van de Toekomst en Parijs-Nice.
Klimroutes Mont Ventoux
Men kan de top van de Mont Ventoux langs 3 kanten bereiken:
- vanuit Malaucène in het noorden
- vanuit Bédoin in het zuiden
- vanuit Sault in het oosten.
Qua lengte ontlopen zich de verschillende routes niet veel, maar qua moeilijkheidsgraad des te meer. De lastigste route is ongetwijfeld die vanuit Bédoin. De aanhoudende stijging van het wegdek dwingt de fietser tot een constant volgehouden inspanning.
Wie de berg vanuit Malaucène wil veroveren, heeft het iets makkelijker: enkele stukken vals plat bieden de mogelijkheid even op adem te komen. De mooiste en tevens makkelijkste route is die vanuit het typisch Provencaalse dorpje Sault.
Beklimming vanuit Malaucène
De klim naar de top vanuit Malaucène op de noordelijke flank is 21,6 km lang en overwint een hoogteverschil van 1600 meter. De weg heeft een gemiddeld stijgingspercentage van 7,5%, met enkele stukken van 11%. De noordelijke kant is de meest koude. Het wegdek is er vaak tot ver in het voorjaar gevaarlijk glad door sneeuw en ijzel.
Malaucène zelf is een rustig Provençaals dorpje aan de noordoostelijke voet van de Mont Ventoux. De naam "Malaucena" duikt voor het eerst op in 988 na Christus. Er zijn nog steeds de duidelijke tekenen waarneembaar van Romeinse bewoning in die tijd. Een aquaduct betrok bijvoorbeeld water uit bronnen en stuwde dat door naar het Romeinse stadje Vaison-la-Romaine. De oude dorpskern met zijn fiere toren, de kronkelige straatjes en de statige herenhuizen is zeker een bezoekje waard.
Komend vanuit Bédoin
De klim vanuit Bédoin heeft ongeveer dezelfde lengte en hetzelfde stijgingspercentage als de noordelijke toegangsweg. Toch is deze zuidelijke route veel moeilijker. Vertrekkend uit het dorpje Bédoin klimt de weg gezapig naar omhoog tot aan kilometerpaal 6. Dat brengt ons bij het gehucht Saint-Estève. Vanaf dit punt begeleidt het cederbos de route een heel stuk naar de top. Na de ceders gaat de weg steeds meer hellen: tot 12% stijgingspercentage. In de herfst biedt het eiken- en beukenbos links en rechts een betoverend schouwspel. Beetje bij beetje maakt het loofbos plaats voor naaldbomen, tot aan Chalet Reynard (km 15). Hier sluit de weg uit Sault aan en ontvouwt zich een uniek uitzicht op de kale top van de Mont Ventoux. De beklimming gaat verder. Op 1500 meter hoogte houdt alle begroeiing op en slingert de weg langs rotspartijen naar de top.
Midden in deze woestenij prijkt het herdenkingsmonument voor Tom Simpson (km 20). Hier stierf de Engelse, in België wonende legendarische ronderenner tijdens de beklimming van de Mont Ventoux in de Ronde van Frankrijk 1967. Aan het herdenkingsmonument heeft men bij helder weer een prachtig uitzicht op de Rhónevallei en de steden Carpentras, Cavaillon en Avignon. Dan wacht ons enkel nog de "Col des tempêtes", de koosnaam voor de top omwille van de vele rukwinden die het hoogste punt van de Mont Ventoux geselen. Bijna op de top wijst een zuidelijke oriëntatietafel aan waar aan de horizon het Luberongebergte en de Middellandse zee zich schuilhouden. Een laatste steile bocht tilt ons tot op het niveau van het observatorium. Komende uit Sault
De klim vanuit Sault is in feite weinig meer dan een zijweg van de toegangsweg vanuit Bédoin. Vanaf Chalet Reynard lopen beide trajecten over dezelfde weg. Vanuit Sault trekt de weg door lavendelvelden, afgewisseld met koren. In oogsttijd levert dit een verbluffend en onvoorstelbaar kleurrijke lappendeken op. Na de vlakte kondigt het bos van Sault (eiken en berken) de eerste hellingen aan. Aan km 15 biedt een uitkijkpunt een mooi vergezicht op de Gorges de la Nesque en de Rocher du Cire. Chalet Reynard wacht aan km 20, waarna de route dezelfde is als die vanuit Bédoin.
En wie op zoek is naar meer informatie over de aanschaf van een racefiets vindt hier ongetwijfeld wat hij zoekt.
|