Vermogensrendementsheffing

vermogensrendementsheffing 

 

Sinds de laatste grote belastingherziening in 2001 worden niet langer de inkomsten uit sparen en beleggen (rente, dividend etc.) belast, maar een fictief rendement daarover. De waarde van het vermogen wordt belast met een zogenaamde vermogensrendementsheffing.



Hoe werkt de vermogensrendementsheffing?

Deze vermogensrendementsheffing werkt als volgt. De fiscus gaat ervan uit dat u op uw vermogen een rendement van 4% behaalt, ongeacht het daadwerkelijk behaalde rendement. Dit fictieve rendement wordt belast tegen een tarief van 30%. Aangezien 30% van 4% resulteert in 1,2% is, komt het erop neer dat u 1,2% belasting verschuldigd bent over de waarde van uw vermogen.

 

Zoals gezegd vallen voordelen uit sparen en beleggen vanaf 2001 dus in box 3. Hiertoe behoren uiteraard alle spaar- en beleggingstegoeden, maar ook, ondanks de benaming "sparen en beleggen" voor box 3, veel levensverzekeringen. Lijfrenteverzekeringen waarvan de premies niet aftrekbaar zijn en alle kapitaalverzekeringen die een ander doel dienen dan het aflossen van een hypotheek op de eerste eigen woning, worden in box 3 belast.

 
Verder is van belang dat het hier de gemiddelde waarde van het nettovermogen gedurende het jaar betreft. Het nettovermogen is de som van bezittingen minus schulden. De gemiddelde waarde gedurende het jaar vind u door de waarde op 1 januari op te tellen bij de waarde per 31 december en de som door twee te delen. Vanaf 2011 geldt overigens nog slechts één peildatum: 1 januari van elk jaar.

 

Vrijstellingen  vermogensrendementsheffing


Er geldt een algemene vrijstelling van € 20.661 per belastingplichtige (€ 41.322,= voor fiscale partners). Voor ouderen geldt onder bepaalde voorwaarden een aanvullende vrijstelling.
U moet dus de waarde van uw spaartegoeden en beleggingen bij uw vermogen optellen voor de vermogensrendementsheffing. Indien uw nettovermogen (bezittingen minus schulden) boven het vrijgestelde bedrag uitkomt, dan betaalt u over het meerdere 1,2% vermogensrendementsheffing.




Fiscale behandeling kapitaalverzekering

De mogelijkheden om via een kapitaalverzekering belastingvrij vermogen op te bouwen werden vanaf 2001 onder het nieuwe belastingstelsel aan banden gelegd. Een kapitaalverzekering bedoeld om een hypotheek af te lossen die werd afgesloten voor het kopen, verbouwen of onderhouden van de eerste (tot hoofdverblijf dienende) eigen woning, valt in box 1. De uitkering is tot een bedrag van € 34.100,= per persoon belastingvrij, indien minimaal 15 jaar tot 20 jaar premie werd betaald, en tot een bedrag van € 150.500,= per persoon indien minimaal twintig jaar premie werd betaald.

 

Daarbij moet ook nog aan een aantal andere voorwaarden zijn voldaan. Zo moet maximaal 30 jaar ieder jaar premie worden betaald en mag de hoogste premie niet meer dan tien maal de laagste premie bedragen. Bovendien moet in de polis worden vastgelegd dat de uitkering ook daadwerkelijk zal worden gebruikt om de hypotheek op de eerste woning af te lossen.

 
Kapitaalverzekeringen die voor andere doeleinden dienen, vallen in box 3 en zijn niet vrijgesteld van belastingheffing. Dergelijke kapitaalverzekeringen worden op dezelfde manier belast als spaar- en beleggingstegoeden: de waarde moet ieder jaar bij het vermogen worden opgeteld voor de vermogensrendementsheffing van 1,2%.

 

Een uitzondering geldt voor kapitaalverzekeringen die als zogeheten maatschappelijke belegging worden aangemerkt. Daartoe behoren kapitaalverzekeringen bestemd voor het financieren van de studie van een kind en spaar- en belegginsproducten die onder de groenregeling en de Tante-Agaathregeling vallen. Maatschappelijke beleggingen vallen wél onder box 3 maar zijn tot bepaalde bedragen vrijgesteld van vermogensrendementsheffing.